Vergunning van de Plechelmus klok

Hier beschrijven wij de vergunning van het plaatsen van de Plechelmus klok

Een nieuwe klok voor de St. Plechelmustoren

Klokken in de Lage Landen

Heel karakteristiek voor de Lage Landen zijn de in allerlei torens van kerken, stadhuizen en belforten hangende klokken. Soms betreft het één of een bescheiden aantal klokken die alleen als luidklok te horen zijn, maar in veel kleine en grote steden bezit een toren vaak ook een hele serie klokken die samen een ‘klokkenspel’ vormen en waarop muziek gespeeld kan worden. De meer Vlaamse benaming voor dit instrument is ‘beiaard’, terwijl de Fransen en Engelsen het woord ‘carillon’ het liefst gebruiken.

Klokken zijn veelzijdig! Er valt veel te vertellen over zowel het religieus als het wereldlijk gebruik van klokken. En aangezien klokken de eeuwen gemakkelijk trotseren hebben veel klokken een rol gespeeld in onze historie, in het leven van onze voorouders. Daarnaast raak je niet gauw uitgesproken over de vele interessante muzikale en technische eigenschappen van de klok.

De beiaard is het enige muziekinstrument dat in de Lage Landen is ontstaan. Volgens de definitie van de World Carillon Federation is een beiaard een muziekinstrument dat uit tenminste 23 gestemde bronzen klokken bestaat en bespeelbaar is door middel van een stokkenklavier. Wereldwijd zijn er anno 2020 ruim 675 handbespeelbare beiaarden, waarvan ongeveer 180 in Nederland.

Religieus gebruik

De oudste klokken dateren uit de 12de eeuw en klonken vooral in kloosters. Ze werden door de monniken zelf gegoten. Op zeker moment ontdekte men dat een klok prima als signaal ingezet kon worden om gebedsuren, de tijden van opstaan, het eten, en het slapen aan te kondigen. Nog steeds spelen klokken een belangrijke rol in het geestelijke leven van alledag. Denk maar het aankondigen van kerkelijke vieringen en plechtigheden zoals trouw- en rouwdiensten. Klokken roepen een bepaalde sfeer op die met deze gebeurtenissen worden geassocieerd. De voor iedereen zo herkenbare klank van klokken is onmiskenbaar een samenbindend element in stad of dorp.

Aan klokken werden heel lang ook bijzondere krachten toegedicht. Zo geloofde men dat het luiden van de klokken kwade machten kon verdrijven, maar ook het onweer, de bliksem of de pest. Het randschrift van een klok vertelt vaak zelf door wie de klok is gegoten en wat de functie ervan is. Klokken spreken daarbij altijd in de ik-vorm. Een mooi voorbeeld daarvan is de tekst “Ik roep de levenden, ik beween de doden, ik breek de bliksem.” Klokken werden niet beschouwd als een dood voorwerp! Integendeel, een klok werd als een persoonlijkheid gezien. De grotere klokken worden nog altijd traditioneel gewijd en krijgen een naam.

Wereldlijk gebruik

Ook de wereldlijke overheid ontdekte eeuwen geleden al hoe nuttig klokken konden zijn. Klokken hingen strategisch in torens en konden voor een stad uitstekend bijvoorbeeld de functie vervullen van brandklok, stormklok (bij onraad), poortklok (bij openen en sluiten van de poorten), banklok (voor officiële bekendmakingen binnen het rechtsgebied van de lokale overheid) of papklok (om aan te geven dat het etenstijd was).

In de tweede helft van de 14de eeuw kregen veel torens ook een uurwerk met een voor die tijd best wel ingenieuze mechanische constructie. De klokslagen kondigden de uren aan. Het beschikken over de juiste tijd was ook van belang om de samenleving meer te structureren. Om niet per ongeluk de eerste klokslag te missen bedacht men op zekere dag de zogenaamde ‘voorslag’. Meestal waren dat vier kleine klokken die werden aangeslagen vlak voor het moment van de uurslag (denk maar aan de vier klokken van de Big Ben in London). Die vier klokken, het quadrillon, groeide uiteindelijk eind tot een hele reeks klokken die aanvankelijk alleen automatisch via een speeltrommel tot klinken werden gebracht, maar later ook via een stokkenklavier. Zo werd een met de hand bespeeld instrument geboren: de beiaard.

Maar nog voordat een voorslag aan de uurslag voorafging werden af en toe touwen aan de klepels van klokken vastgemaakt. Klokken werden daarmee tot klinken gebracht door met de handen en soms ook de voeten aan de touwen te trekken. Dit niet zelden zeer virtuoze ritmische klankspel wordt beieren genoemd en de muzikant de beierman. Beieren is nog altijd een traditie in Rusland. Opmerkelijk is ook dat klokken in diverse landen anders gebruikt worden. Zo is Duitsland het land van de luidklokken en Groot-Brittannië het land van de change ringing (het in regelmatige wiskundige patronen laten klinken van een serie klokken). In weer andere landen worden klokken geklept of zover opgeluid dat ze op de kop komen te staan.

Klokken gaven uiteraard status aan een kerk maar ook aan een stad. In de Middeleeuwen trachten steden elkaar te overtroeven met het fraaist klinkende en meest omvangrijke klokkenspel.

Historie

Pas rond 1650 ontdekten de beroemde klokkengieters François en Pieter Hemony uit Lotharingen hoe klokken gestemd konden worden zodat het eindelijk mogelijk werd grotere reeksen zuiver klinkende klokken te gieten. De gebroeders Hemony vestigden zich rond 1640 in Zutphen en verhuisden later naar Amsterdam. Daar goten zij beiaarden voor rijke steden als Deventer, Kampen, Antwerpen, Utrecht, en Amsterdam. Het bezit van een volwaardig klokkenspel gold in die Gouden Eeuw als een symbool van groei en welvaart. Van de fraai klinkende Hemony-beiaarden is een aantal vandaag de dag nog steeds te horen, hoewel veel klokken moesten worden herstemd omdat ze door corrosie ten gevolge van luchtvervuiling ontstemd waren geraakt. Tijdens de industriële revolutie werd veel steenkool verstookt. Een 17de-eeuwse beiaard telde meestal zo’n 35 klokken.

In torens worden nog steeds oude klokken aangetroffen die ook elke dag nog klinken. Vele generaties boeren, burgers en buitenlui hebben dezelfde klokken gehoord. Zodoende representeren klokken een brok historie die niet alleen zichtbaar maar ook nog altijd hoorbaar is! En het aardige is dat klokken voor een toeschouwer en luisteraar het besef van tijd zo mooi versterken.

Er is altijd een sterke verbinding geweest tussen klokken en alle facetten van het dagelijks leven. Dat was met name in de Middeleeuwen het geval: “Er was één geluid dat al het gedruis van het drukke leven steeds weer overstemde en dat alles tijdelijk ophief in een sfeer van orde: de klokken.”

Helaas zijn klokken door de eeuwen heen ook altijd een gewilde oorlogsbuit geweest. Dat is de reden dat er nogal eens klokken zijn omgesmolten tot kanonnen.

In de 19de eeuw raakte de beiaardkunst mede door economische oorzaken in verval. Dankzij technische vernieuwingen en de persoonlijke inzet van de Mechelse stadsbeiaardier Jef Denyn bloeide de beiaardkunst aan het begin van de 20ste eeuw weer op en ook de standaardomvang van een beiaard groeide.

Techniek

Klokken worden gegoten. Daarom moet voor iedere klok een unieke vorm worden gemaakt die na het gieten ook kapotgeslagen wordt en nooit meer te gebruiken is. Voor de klank van de klok is het vormproces belangrijk. Dat betreft niet alleen het materiaal waarvan de vorm wordt gemaakt, maar ook de manier waarop de vorm wordt geprepareerd.

Dan is er nog het klokkenbrons. Over het algemeen zo’n 80% koper en 20% tin. Soms met een klein beetje andere materialen er doorheen. Van invloed op het eindresultaat zijn ook de brandstof van de oven en de giettemperatuur. En uiteraard hoe snel een klok wordt gegoten en hoeveel tijd er is om af te koelen. Daar heeft de vorm weer invloed op. Iedere klokkengieter heeft zo zijn eigen geheime methoden en ervaring.

Voor de Middeleeuwen was niet bekend hoe klokken nog gestemd zouden kunnen worden. Luidklokken werden dan ook altijd ‘op toon’ gegoten. Of dat wel of niet goed lukte hing af van het vakmanschap van de klokkengieter. Voor een beiaard als muziekinstrument is het belangrijk dat iedere klok afzonderlijk goed klinkt, maar ook dat de klokken in een reeks samen goed klinken. Sinds ongeveer 1650 zijn klokkengieters in staat de grondtoon en de belangrijkste boventonen van een klok na het gieten nog bij te stemmen. Vakmanschap die op een gegeven moment weer verloren is gegaan en pas rond 1910 werd ‘herontdekt’.

Luidklokken krijgen nog een klepel en komen in een luidstoel aan een rechte as of een krukas te hangen. Speelt een klok mee in een beiaard, dan wordt er een verbinding aangebracht tussen het stokkenklavier en de klepel van de klok, zodat de beiaardier de klok naar believen zacht of hard kan laten klinken. Voor een luidklok wordt een hamer aan de buitenkant van de klok gemonteerd en met een draad met het stokkenklavier verbonden. Het inrichten van een beiaard is geen standaard bezigheid, omdat immers iedere toren weer anders is.

Muziek

De beiaardier, aangesteld door het stadsbestuur, had in vroeger tijden vaak de opdracht meerdere keren per week het instrument te bespelen en dan nog eens extra als de stad voorname gasten ontving. Een klokkenspel was vroeger zo’n beetje het enige openbare instrument waar iedereen naar kon luisteren. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat allerlei bekende kerkelijke en wereldlijke melodieën ten gehore werden gebracht.

Pas de laatste decennia worden er veel originele composities voor beiaard geschreven. Overigens is het bijzonder dat bewerkingen van muziek uit alle stijlperioden zich ook heel goed op een carillon laten verklanken. Van Bach tot de Beatles.

De beiaard van Oldenzaal

Oldenzaal beschikt over een fraai klinkend instrument dat anno 2020 uit 48 klokken bestaat. Door de tamelijk gesloten klokkenkamer klinken de klokken lang en mengen de tonen goed, hetgeen de sonoriteit van het spel ten goede komt. De beiaard wordt bijna wekelijks door de stadsbeiaardier bespeeld. Bovendien is het klokkenspel op zeven zomerse zondagavonden als concertinstrument te beluisteren als het door beiaardiers uit binnen- en buitenland wordt bespeeld.

In 1930 schonk de familie Gelderman-Bartelink ter gelegenheid van hun 12½-jarig huwelijk een beiaard aan de stad Oldenzaal. Het ging om 42 klokken gegoten door de Engelse gieters Gillett & Johnston uit Croydon. In 1949 en 1956 werd dit aantal met vijf nieuwe klokken aangevuld tot 48 klokken, waarbij tevens de Maria-klok van Geert van Wou enigszins lager werd gestemd, zodat de toonhoogte goed aan zou sluiten bij de andere klokken.

Aanvankelijk beschikten Almelo en Enschede ook over een beiaard met klokken van Gillett & Johnston. Helaas werden in de Tweede Wereldoorlog van beide instrumenten de klokken gevorderd en versmolten.

Het huidige uurwerk in de St. Plechelmustoren werd in 1913 vervaardigd. Samen met de beiaard kreeg de toren in 1930 ook een speeltrommel. Nog iedere dag strooit deze trommel ieder kwartier tussen 7 uur ’s ochtends en 11 uur ’s avonds automatisch een korte melodie uit over de stad. En natuurlijk zorgt het uurwerk voor het slaan van de hele en de halve uren. Dag en dacht. Het hele jaar door.

Klokken gegoten door Gillett & Johnston hebben nog altijd een goede naam. Met een beiaard van deze gieter bevindt Oldenzaal zich in goed gezelschap. Enkele grote steden die in de eerste helft van de 20ste eeuw een Gillett & Johnston-beiaard kregen zijn:

Land

Stad

Klokken

Nederland

Den Bosch – St. Jansbasiliek

50

België

Leuven – Bibliotheek Universiteit

63

Nieuw Zeeland

Wellington – National War Memorial

74

Israël

Jerusalem – YMCA building

35

Canada

Ottawa – Houses of Parliament

53

Toronto – Metropolitan United Church

54

USA

Chicago – University

72

Rochester – Mayo Clinic

56

Princeton – Princeton University

67

In de loop der jaren zijn de meeste beiaarden flink uitgebreid. Alleen die in Jerusalem niet. Deze beiaard wordt maar sporadisch bespeeld, omdat er geen vaste beiaardier is. De beiaard in Leuven is door Amerikanen geschonken. Amerikaanse beiaarden zijn vaak zwaarder en hebben een omvang van vijf in plaats van vier octaven. Bovendien hebben ze heel vaak niet alleen een bes-klok maar ook nog de lagere a-klok en g-klok. In Amerika worden dergelijke instrumenten een ‘Grand Carillon’ genoemd.

Aanvankelijk bleef in de 20ste eeuw de omvang van nieuw gegoten beiaarden voornamelijk om financiële redenen beperkt tot 47 klokken: de reeks c1 – d1 – e1 – chromatisch – c5 (vier octaven zonder lage cis1 en es1). De laatste 25 jaar zijn in Nederland de meeste beiaarden echter met een es-klok en meestal ook nog met een nog grotere en lager klinkende bes-klok uitgebreid tot 49 klokken: bes0 – c1 – d1 – es1 – e1 – chromatisch – c5. Deze grotere omvang werkte het ontstaan van vele nieuwe composities voor beiaard in de hand.

Het ontbreken van een lage es-klok en/of bes-klok wordt tegenwoordig algemeen gevoeld als een gemis en een beperking van de muzikale mogelijkheden van een beiaard. Muziek van na de 18de eeuw kan dan namelijk niet goed gespeeld worden, omdat in deze ‘modernere’ muziek binnen één compositie de gebruikte toonsoort regelmatig wijzigt. Daar waar in een compositie een lage es of bes staat voorgeschreven, moet de beiaardier noodgedwongen een kunstgreep toepassen, hetgeen natuurlijk nadelige gevolgen heeft voor de uitdrukkingskracht van de muziek: bas-klokken vormen immers het fundament van een compositie.

Merk op dat de genoemde reeks van 49 klokken geen cis1-klok bevat. Maar heel weinig beiaarden hebben zo’n klok. Men kiest liever een bes0-klok, omdat die in composities veel vaker wordt gebruikt.

Luidklokken in de St. Plechelmustoren

De bouw van de toren van de St. Plechelmusbasiliek startte omstreeks 1250. Naar alle waarschijnlijkheid hebben in de Plechelmustoren al heel vroeg klokken gehangen. Van een aantal klokken is bekend dat ze door rampen zoals de stadsbrand in 1492 en de inval van de Geldersen in 1510 verloren zijn gegaan. Daar veel oude documenten tijdens vijandelijkheden voorgoed verloren zijn gegaan zijn hierover weinig details terug te vinden.

Van de 48 klokken in de toren worden vandaag de dag vijf klokken als luidklok gebruikt om eucharistievieringen en trouwerijen aan te kondigen en bij begrafenissen om de overledene uit te luiden. Een oud gebruik dat terecht in ere wordt gehouden.

Maria-klok

Het is bekend dat op Lebuïnusdag (25 juni) in de droge zomer van 1492 boven Oldenzaal een hevig noodweer losbarstte. De bliksem sloeg in en deed brand ontstaan waarbij de zware noordwester storm de vlammen nog aanwakkerde. De brand begon in het huis van de familie Helmich. Ook de toren vatte vlam. Gezien de brandsporen moet de toren bijna geheel zijn uitgebrand. De eventueel in de toren gehangen klokken zullen deze ramp niet hebben overleefd.

In ieder geval liet Oldenzaal in 1493 een nieuwe klok gieten die de naam 'Maria' kreeg. De beroemde klokkengieter Geert van Wou uit Kampen kreeg hiervoor de opdracht. Met een diameter van 150 cm en een gewicht van ongeveer 2.400 kg betrof het zeker geen kleine klok. Het is een mooie klok geworden met kroon. Ribben en randen van het randschrift op de klok worden gevormd door gestileerde bladeren. Bovendien zijn de zes oren van de kroon versierd met fraai gemodelleerde Christus-hoofden. Het Latijnse randschrift in Gotische letters luidt:

"M locet et C quater nonaginta liget simul I ter Lector et egregie struit in honore Marie Me wou gerardi ingeniosa manus Milia conflata sunt ter fere quinque talenta. In S et Maria."

De vertaling van deze tekst is ongeveer als volgt: "De lezer stelle M en viermaal C, verbinde daarmede negentig benevens driemaal I en voortreffelijk vervaardigt ter ere van Maria mij Gerard van Wou's kundige hand. Samengesmolten zijn ongeveer drie maal vijf duizend pond tot S en Maria".

Het randschrift zegt dus dat er 15.000 pond zijn vergoten tot 'S. en Maria'. Verondersteld wordt dat Van Wou behalve de Maria-klok nog een grotere, veel zwaardere klok heeft gegoten die mogelijk de naam 'Salvator' kreeg.

De Maria-klok van Van Wou vormt nog steeds de basis van het vijfgelui dat de Plechelmus op dit moment rijk is. Ieder heel uur is de klok in Oldenzaal te horen wanneer door een aantal hamerslagen op de klok de tijd wordt aangegeven. Verder klinkt deze klok uiteraard bij aanvang van de kerkdiensten. Bovendien wordt de klok op zaterdag en zondag even na 12.00 uur enkele minuten geluid. Sinds 2012 luidt deze klok ook weer aan een rechte balk, hetgeen beter is voor de klok en de klank ten goede komt.

Plechelmus-klok

Eeuwenlang hing in de St. Plechelmustoren ook een klok met de naam 'Plechelmus'. Er zijn zeker drie klokken geweest die deze naam hebben gedragen. Daarover is het volgende bekend.

Rond 1500 was het in Twente bepaald niet rustig ten gevolge van de machtsstrijd tussen Karel van Egmond (hertog van Gelre) en Frederik van Baden (bisschop van Utrecht). In 1510 nam Van Egmond een troep van zo'n 2000 huursoldaten in dienst die vervolgens plunderend door Overijssel trokken. Op 13 februari werd Oldenzaal ingenomen. Als reactie daarop stuurde de bisschop van Utrecht troepen die op 10 september de Geldersen de aftocht deed blazen.

Kennelijk is bij deze vijandelijkheden een klok met de naam 'Plechelmus' verloren gegaan, omdat dezelfde Geert van Wou nu samen met zijn schoonzoon Johannes Schoneborch in 1513 nogmaals een klok voor Oldenzaal giet die de naam 'Plechelmus' krijgt. Een en ander valt op te maken uit de randtekst die deze klok volgens historische bronnen droeg:

"Fregit insanus rabie Sicamber; Reddidit sanus decus atque nomen Integrum, Plechelmi, tibi Gerardus Wou Schoneborch et socius Joannes; Tertio post mille decemque, junctis Quinques centum, fuit hoc sub anno 1513".

De vertaling van de Latijnse tekst luidt ongeveer: "De Geldersman heeft mij dol van woede verbrijzeld. De kundige Gerard Wou heeft samen met Johan Schoneborch U, Plechelmus, uw naam en luister hergeven. Dit was in het derde jaar na duizend en vijfmaal honderd met toevoeging van tien." Het woord 'Sicamber' staat voor Gelderlander waarmee in dit geval met name de hertog van Gelre wordt bedoeld. Op de rand stonden nog de woorden: "Laus Deo" (God lof).

Deze klok heeft honderden jaren zijn stem laten horen. Totdat op 31 januari 1896 burgemeester Vos de Wael in een raadsvergadering meedeelde dat klokkengieter Alex Fritsen uit Aarle-Rixtel een onderzoek had ingesteld naar de klokken van de gemeente. Waartoe een onderzoek nodig was is niet helemaal duidelijk. In ieder geval wordt besloten de Plechelmus-klok van Van Wou en Schoneborch en een andere klok te hergieten. Zo kan het gebeuren dat opnieuw een klok met de naam 'Plechelmus' wordt gegoten. De randtekst geeft uitleg:

"Plechelmus door de verwoede Gelderman verbrijzeld, daarna door Gerrit Wou en zijn maat Jan Schonenborch in het jaar 1513 herschapen alsmede Sinte Anna - nadat zij meer dan drie eeuwen lang het volk ter H. Geheimen hadden opgeroepen - zijn in 1896 door Alex Fritsen samengegoten en baarden een derde Plechelmus."

Op de klok stond een kruis met Christusbeeld en de Heilige Plechelmus in vol ornaat afgebeeld. Deze derde klok met de naam 'Plechelmus' schijnt echter van een dermate slechte kwaliteit te zijn geweest, dat hij het veld moest ruimen en werd omgesmolten toen in 1930 de beiaard kwam.

Agnes-klok

Overigens bevindt zich in Museum Het Palthehuis nog een kleine klok die in 1486 ook door Geert van Wou werd gegoten voor het vroegere St. Agnesklooster. Deze klok is dus nog zeven jaar ouder dan de grote Maria-klok. De klok is nog helemaal in orde en zou eigenlijk weer luidbaar moeten worden opgehangen.

De wens van de stadsbeiaardier: een nieuwe klok!

Tegenwoordig kunnen vijf van de 48 klokken in de toren van de St. Plechelmusbasiliek luiden. Het zijn de klokken met de namen Maria, Beatrix, Irene, Everdina en Henriette (de tonen C, D, E, G en A). Het volledige vijfgelui is met name met Pasen en Kerst te horen. Een prachtig en machtig geluid!

De toren van de St. Plechelmusbasiliek beschikt dus over een fraai klinkende beiaard en een vijfgelui. Maar een bes-klok ontbreekt! Zomaar drie redenen om daar wat aan te doen:

Een bes-klok maakt de concertbeiaard compleet

Het ontbreken van een lage bes-klok is een beperking van de muzikale mogelijkheden van een beiaard. Muziek van na de 18de eeuw kan dan namelijk niet goed gespeeld worden, omdat in deze ‘modernere’ muziek binnen één compositie de gebruikte toonsoort regelmatig wijzigt. Tegenwoordig is de omvang van concertbeiaarden tenminste 49 klokken, terwijl Oldenzaal maar 48 klokken heeft. Met een bes-klok wordt het dus, ook voor de binnen- en buitenlandse gastbeiaardiers, mogelijk een groter deel van het beiaardrepertoire op de juiste manier ten gehore te brengen. De uitbreiding met een bes-klok betekent een regelrechte opwaardering van het instrument.

Een zesgelui als eerbetoon aan een voorname stad

In de Middeleeuwen gold de regel “hoe meer (luid)klokken, hoe voornamer de stad”. Tijden zijn natuurlijk veranderd, maar eenieder zal volmondig beamen dat een oude toren zoals die van de St. Plechelmusbasiliek een zesgelui waardig is! Geen enkele toren in Twente heeft zo’n indrukwekkend en feestelijk gelui.

Een klok met de naam van de patroonheilige van de basiliek

Wat ook ontbreekt is een klok die de naam ‘Plechelmus’ draagt. En dat terwijl eeuwenlang een klok met deze naam in de toren heeft gehangen. Het randschrift van een in 1513 ook door de eerdergenoemde Geert van Wou gegoten klok vermeldde namelijk “De geldersman heeft mij dol van woede verbrijzeld. De kundige Gerard Wou heeft samen met Johan Schoneborch U, Plechelmus, uw naam en luister hergeven.” Deze (tweede) klok heeft honderden jaren zijn stem laten horen, maar is helaas in 1896 omgesmolten tot een derde klok met de naam ‘Plechelmus’. Vanwege de slechte kwaliteit is deze klok in 1930 roemloos in de smeltkroes verdwenen. Zou het niet prachtig zijn om eindelijk aan de toren een klok, die de naam van de patroonheilige van de basiliek draagt, terug te kunnen geven?

Stichting Scholtenhaer

De Stichting Scholtenhaer is in 2012 opgericht door Anton J. Reef. Het doel van de stichting is het financieel ondersteunen van educatieve en culturele activiteiten in Oldenzaal. Helaas is Anton Reef op 21 mei 2014 overleden. Hij werd geboren op 21 december 1941. Zijn zoon Anton Reef jr. is thans voorzitter van de stichting.

Begin 2013 kwam stadsbeiaardier Hylke Banning via torengids Ria Huiskes in contact met Anton J. Reef. Zij vertelde hem van de wens van de stadsbeiaardier: een extra klok voor de beiaard in de St. Plechelmustoren. Reef vond het meteen een prachtig idee, maar had natuurlijk meer achtergrondinformatie nodig.

Vandaar dat in 2014 een gesprek plaatsvond met een mogelijke klokkengieter en werden ook enkele recent gegoten klokken in de Bovenkerk in Kampen bezichtigd en beluisterd. In hetzelfde jaar werden de burgemeester Theo Scholten en wethouder Trees Vloothuis van de plannen op de hoogte gebracht. Ze waren meteen enthousiast.

Bouwkundig onderzoek betonnen klokkenstoel

In 2015 heeft een eerste constructeur geprobeerde de sterkte van de betonnen klokkenstoel in de toren door te rekenen. Het is immers belangrijk om met zekerheid vast te stellen dat het extra gewicht en het luiden van de nieuwe klok geen nadelige gevolgen heeft voor de klokkenstoel in de toren. Probleem daarbij was dat nergens op papier staat welke wapening de betonnen staanders en liggers van de klokkenstoel hebben. Om dat te bepalen zou beton weggehakt moeten worden en dat leek geen goed idee.

Omdat er maar geen rapport verscheen werd eind 2016 constructeur Chiel Bartels uit Ootmarsum gevraagd wat hij ervan dacht. Hij berekende de sterkte van de klokkenstoel door te veronderstellen dat er helemaal geen wapening in zou zitten. De sterkte bleek op zich wel in orde, maar door het luiden van de klokken zou de klokkenvloer, die bovenop de klokkenstoel rust, toch een paar millemeter in zijwaartse richting kunnen bewegen. Overigens is de klokkenstoel zo’n 15 meter hoog en is dus laag in de toren afgesteund. Een in het horizontale vlak bewegende klokkenvloer oefent dus helemaal geen invloed uit op de muren van de toren.

Toch is besloten om in 2017 door Staalbouw Twente op advies van Chiel Bartels schoren te laten leveren. Door William Segerink, van Outdoor Challenge Park, zijn de schoren onder het toeziend oog van Staalbouw Twente in de klokkenstoel gemonteerd, zodat bewegingen van de klokkenvloer tot een minimum worden beperkt. Dit alles in overleg met de gemeente die een vergunning voor het aanbrengen van de schoren verleende.

Vergunning

De gemeente moet ook een vergunning verlenen voor het plaatsen van de klok en het openen van het galmgat. Daar is een omgevingsvergunning nodig voor (1) activiteit “Bouwen” en (2) activiteit “Handelingen met gevolgen voor beschermde monumenten”.

Tijdens de uitvoering moet de aannemer rekening houden met een “melding tijdelijke verkeersmaatregel en melding plaatsen object op openbare weg” in verband met het plaatsen van een kraan op de openbare weg (het Plechelmusplein is een doorgaande weg). Deze melding moet 14 dagen voorafgaand aan de uitvoering gedaan worden.

De procedure om een vergunning voor activiteit (2) te krijgen is uitgebreid omdat de toren een rijksmonument is en kent een doorlooptijd van 26 weken voor de procedure en 6 weken voor de bezwaartermijn voordat de vergunning onherroepelijk is. Documenten ter ondersteuning van de aanvraag moeten via een door de gemeente aangewezen portaal worden aangeboden.

Contact met Monumentenwacht en Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

In 2019 zijn de Monumentenwacht en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed van het plan op de hoogte gebracht. Op verzoek is een werkplan gemaakt waarin beknopt alle handelingen worden beschreven die uitgevoerd moeten worden in verband met de plaatsing van de nieuwe Plechelmus-klok. De toren heeft tenslotte de status van een momument.

Om de klok naar binnen te kunnen brengen moeten de galmborden en de middenstijl (montant) uit het galmgat aan de zijde van het standbeeld van St. Plechelmus worden verwijderd. Daarbij is het van belang dat het vierpas in het spitsboogvenster, dat normaal door montant worden gedragen, goed wordt ondersteund. Dit is werk voor een bouwbedrijf. Bij het verwijderen van de montant zal goed worden vastgelegd wat de kleur van de mortel tussen de stenen is, zodat bij het terugplaatsen dezelfde kleur mortel gebruikt kan worden.

De klok moet door het geopende galmgat naar binnen worden gehesen. Daarvoor is een hijskraan nodig. Er is inmiddels een hijsplan gemaakt als onderdeel van de vergunningsaanvraag.

Over de nieuwe Plechelmus-klok

Iedere klok is uniek, alleen al omdat de vorm waarmee de klok wordt gemaakt bij het productieproces verloren gaat. Iedere klok heeft ook zijn eigen toon en timbre. Dat maakt het lastig om een nieuwe klok in te passen in een bestaande reeks klokken.

Stemming

Een beiaard of carillon bestaat uit een reeks gestemde klokken. Iedere toon (van een willekeurig muziekinstrument) bestaat uit een grondtoon en boventonen. Dat geldt ook voor klokken. En net als een toon van ieder ander muziekinstrument heeft ook de toon van een klok oneindig veel boventonen. Boventonen worden ook wel partialen genoemd. Over het algemeen worden bij klokken de zes belangrijkste partialen gestemd. Dit zijn meteen de boventonen die het sterkst klinken en die dus het meest bepalend zijn voor de klank. Door de frequentie van de boventonen van een bestaande klok te meten kan worden vastgesteld wat – binnen zekere grenzen – de frequenties van de belangrijkste boventonen van een nieuwe klok zouden moeten zijn.

Timbre

Het timbre van een klok is lastig te meten. Het is meer een kwestie voor het gehoor. Wel is het verloop van de sterkte van boventonen in de tijd – en dat is wel meetbaar – medebepalend voor het timbre. Grote verschillen tussen de uitklinktijd van een nieuwe klok en de uitklinktijd van bestaande klokken is dus objectief aantoonbaar. Van tevoren moet daarom worden afgesproken wat de criteria zijn om een klok goed of af te keuren. Het zal duidelijk zijn dat de karakteristieken van de nieuwe klok – binnen zekere grenzen – overeen moeten komen met die van de Maria-klok van Geert van Wou.

Profiel

Klokken worden gevormd door gebruik te maken van sjablonen. De vorm van een klok heeft ook een grote invloed op het timbre van de klok. Klokkengieters meten in de praktijk vaak het profiel van bestaande klokken op wanneer een reeks moet worden uitgebreid. Door zo’n profiel te extrapoleren zorgt men ervoor dat de ligging van de boventonen nagenoeg gelijk zal zijn aan die van de bestaande klokken, hetgeen de kans groter maakt dat het timbre van de nieuwe klok naar wens zal zijn. Het profiel van de Plechelmus-klok wordt bepaald door het profiel van de Maria-klok op te meten.

Gideon Bodden, de campanoloog die bij het project betrokken, is heeft het profiel van de Mariaklok opgemeten en deze meting gebruikt om door middel van boogconstructies een nieuw profiel te tekenen. De bedoeling van deze procedure is de basis van het ontwerpproces zoals Van Wou dit in 1493 uitvoerde naar beste weten opnieuw uit te voeren. Aldus ontstaat geen kopie van de bestaande klok maar een nieuwe klok die bij benadering op dezelfde manier ontworpen is als Van Wou dit deed. Dit betekent dat het profiel op sommige plaatsen bewust iets dikker zal worden gemaakt, zodat later bij het stemmen op die plaatsen materiaal kan worden weggehaald. De nieuwe klok moet in alle denkbare opzichten overeenkomen met de Maria-klok.

Vorm- en gietproces

Uiteindelijk blijven vorm- en giettechniek een zaak van de klokkengieter. Iedere gieter gebruikt bij het vormen van de vorm bijvoorbeeld weer andere materialen en hulpstoffen. De vorm waarin het gloeiendhete klokkenbrons zal worden gegoten wordt bij voorkeur in een gietkuil ingegraven. De klokkengieter weet uit ervaring wat temperatuur van het brons moet zijn voordat gegoten wordt. Het is belangrijk dat de klokkengieter een oven gaat gebruiken waarbij tijdens de smeltprocedure geen overmaat aan zuurstof door het metaal wordt opgenomen.

Klokkenbrons

Hoewel klokkenbrons in theorie voor 80% uit koper en voor 20% uit tin bestaat, bevat het ruwe materiaal vaak ook nog kleine percentages van andere elementen. Het is zeker dat dit invloed heeft op de klank. Voor wat betreft de samenstelling van het klokkenbrons is een monster van een andere door Geert van Wou gegoten klok onderzocht. Het is de bedoeling dat een klokkengieter de verschillende elementen los inkoopt en zo zelf het brons samenstelt. Alleen op die manier is er zekerheid omtrent de elementen die het klokkenbrons bevat.

Proefklok

Om ervaring op te doen heeft de gekozen klokkengieter inmiddels een proefklok van ongeveer 150 kg gegoten. Het doel daarvan was om in de gieterij vast te kunnen stellen dat de klankkleur van de nieuwe klok voldoende aansluit bij die van de Maria-klok en dat de boventonenreeks en de uitklinktijd daarvan conform de verwachting is. Het gieten van een proefklok heeft ook als doel om de mate van krimp ten opzichte van de vorm vast te stellen. Het zou aanleiding kunnen zijn om het profiel nog iets aan te passen.