Stichting Scholtenhaer luid de Plechelmus klok.

Geschiedenis … 1493 … 2020




Klokken in de Lage Landen


Heel karakteristiek voor de Lage Landen zijn de in allerlei torens van kerken, stadhuizen en belforten hangende klokken. Soms betreft het één of een bescheiden aantal klokken die alleen als luidklok te horen zijn, maar in veel kleine en grote steden bezit een toren vaak ook een hele serie klokken die samen een ‘klokkenspel’ vormen en waarop muziek gespeeld kan worden. De meer Vlaamse benaming voor dit instrument is ‘beiaard’, terwijl de Fransen en Engelsen het woord ‘carillon’ het liefst gebruiken.


Klokken zijn veelzijdig! Er valt veel te vertellen over zowel het religieus als het wereldlijk gebruik van klokken. En aangezien klokken de eeuwen gemakkelijk trotseren hebben veel klokken een rol gespeeld in onze historie, in het leven van onze voorouders. Daarnaast raak je niet gauw uitgesproken over de vele interessante muzikale en technische eigenschappen van de klok.


Men kan heel goed het wereldlijk en religieus gebruik van klokken en de klok als onderdeel van een muziekinstrument als de culturele aspecten van de klok beschouwen. De historie en de techniek kunnen dan als de educatieve aspecten worden aangemerkt.


Cultureel


Religieus gebruik

De allereerste klokken klonken in kloosters en werden door monniken gegoten. Op zeker moment ontdekte men dat een klok prima als signaal ingezet kon worden om gebedsuren, de tijden van opstaan, het eten, en het slapen aan te kondigen. Nog steeds spelen klokken een belangrijke rol in het geestelijke leven van alledag. Denk maar het aankondigen van kerkelijke vieringen en plechtigheden zoals trouw- en rouwdiensten. Klokken roepen een bepaalde sfeer op die met deze gebeurtenissen worden geassocieerd. De voor iedereen zo herkenbare klank van klokken is onmiskenbaar een samenbindend element in stad of dorp.


Aan klokken werden heel lang ook bijzondere krachten toegedicht. Zo geloofde men dat het luiden van de klokken kwade machten kon verdrijven, maar ook het onweer, de bliksem of de pest. Het randschrift van een klok vertelt vaak zelf door wie de klok is gegoten en wat de functie ervan is. Klokken spreken daarbij altijd in de ik-vorm. Een mooi voorbeeld daarvan is de tekst “Ik roep de levenden, ik beween de doden, ik breek de bliksem.” Klokken werden niet beschouwd als een dood voorwerp! Integendeel, een klok werd als een persoonlijkheid gezien. De grotere klokken worden nog altijd traditioneel gewijd en krijgen een naam.


In Oldenzaal worden vijf van de klokken in de St. Plechelmustoren nog steeds als luidklok gebruikt om eucharistievieringen, trouwerijen aan te kondigen en bij begrafenissen om de overledene uit te luiden. Een oud gebruik dat terecht in ere wordt gehouden. Overigens bevindt zich in Museum Het Palthehuis nog een kleine klok die in 1486 door Geert van Wou werd gegoten voor het vroegere St. Agnesklooster. Deze klok is dus nog zeven jaar ouder dan de grote Maria-klok. Eigenlijk zou de Agnes-klok ook weer luidbaar moeten worden opgehangen.



Wereldlijk gebruik

Ook de wereldlijke overheid ontdekte eeuwen geleden al hoe nuttig of klokken konden zijn. Klokken hingen strategisch in torens en konden voor een stad uitstekend bijvoorbeeld de functie van brandklok, stormklok (bij onraad), poortklok (bij openen en sluiten van de poorten), banklok (voor officiële bekendmakingen binnen het rechtsgebied van de lokale overheid) of papklok (om aan te geven dat het etenstijd was) vervullen.


Toen het uurwerk was uitgevonden kreeg dat al snel een plaats in de toren van de stad. De klokslagen kondigden de uren aan. Het beschikken over de juiste tijd was ook van belang om de samenleving meer te structureren. Om niet per ongeluk de eerste klokslag te missen bedacht men de zogenaamde ‘voorslag’. Meestal waren dat vier kleine klokken die werden aangeslagen vlak voor het moment van de uurslag (denk maar aan de vier klokken van de Big Ben in London). Die vier klokken, het quadrillon, groeide uiteindelijk eind tot een hele reeks klokken die aanvankelijk alleen automatisch via een speeltrommel tot klinken werden gebracht, maar later ook via een stokkenklavier. Zo werd een met de hand bespeeld instrument geboren: de beiaard.


Klokken gaven uiteraard status aan een kerk maar ook aan een stad. In de Middeleeuwen trachten steden elkaar te overtroeven met het fraaist klinkende en meest omvangrijke klokkenspel.


In de St. Plechelmustoren staat een uurwerk dat in 1913 is vervaardigd. En toen in 1930 de beiaard werd geschonken kwam er ook een speeltrommel. Nog iedere dag strooit deze trommel ieder kwartier tussen 7 uur ’s ochtends en 11 uur ’s avonds automatisch een korte melodie uit over de stad. En natuurlijk zorgt het uurwerk voor het slaan van de hele en de halve uren. Dag en dacht. Het hele jaar door.


Muziek

De beiaardier, aangesteld door het stadsbestuur, had vaak de opdracht meerdere keren per week het instrument te bespelen en dan nog eens extra als de stad voorname gasten ontving. Een klokkenspel was vroeger zo’n beetje het enige openbare instrument waar iedereen naar kon luisteren. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat op de speeltrommel allerlei bekende kerkelijke en wereldlijke melodieën werden verstoken.


Pas de laatste decennia worden er veel originele composities voor beiaard geschreven. Overigens is het bijzonder dat bewerkingen van muziek uit alle stijlperioden zich ook heel goed op een carillon laten verklanken. Van Bach tot de Beatles.


Nog steeds is het klokkenspel iets typisch voor de Lage Landen: Nederland, België en Noord-Frankrijk. Ruim de helft van de inmiddels meer dan 600 instrumenten wereldwijd zijn hier te vinden. Klokken geven sfeer aan een stad. Of het nu de speeltrommel is, het handspel, of gewoon de klokslagen op de hele en halve uren. Er zou iets ontbreken als het er niet meer was.


Oldenzaal beschikt over een fraai klinkend instrument dat uit 48 klokken bestaat. Door de tamelijk gesloten klokkenkamer klinken de klokken lang en mengen de tonen goed, hetgeen de sonoriteit van het spel ten goede komt. De beiaard wordt bijna iedere vrijdagavond door de stadsbeiaardier bespeeld. Bovendien is het klokkenspel op zeven zomerse zondagavonden als concertinstrument te beluisteren als het door beiaardiers uit binnen- en buitenland wordt bespeeld.


Educatief


Historie

De oudste klokken in Nederland dateren uit de 12de eeuw. Pas rond 1650 lukte het om klokken te stemmen zodat er een goed samenklinkende reeks van gemaakt kon worden. In torens worden nog steeds oude klokken aangetroffen die ook elke dag nog klinken. Vele generaties boeren, burgers en buitenlui hebben dezelfde klokken gehoord. Zodoende representeren klokken een brok historie die niet alleen zichtbaar maar ook nog altijd hoorbaar is! En het aardige is dat klokken voor een toeschouwer en luisteraar het besef van tijd zo mooi versterken.


Helaas zijn klokken door de eeuwen heen ook altijd een gewilde oorlogsbuit geweest. Dat is de reden dat er nogal eens klokken zijn omgesmolten tot kanonnen. Het productieproces is immers nagenoeg hetzelfde: de verloren-was-methode.


Er is altijd een sterke verbinding geweest tussen klokken en alle facetten van het dagelijks leven. Dat was met name in de Middeleeuwen het geval: “Er was één geluid dat al het gedruis van het drukke leven steeds weer overstemde en dat alles tijdelijk ophief in een sfeer van orde: de klokken.”


Opmerkelijk is ook dat klokken in diverse landen anders gebruikt worden. Zo is Duitsland het land van de luidklokken en Groot-Brittannië het land van de change ringing (het in regelmatige wiskundige patronen laten klinken van een serie klokken). In Rusland wordt veel gebeierd (door een touw aan klepels vast te maken kunnen met handen en voeten ritmische patronen ten gehore worden gebracht). In veel andere landen wordt de klok geklept en heeft dan dus maar een heel bescheiden functie.


De Oldenzaalse St. Plechelmustoren heeft door de eeuwen heen meerdere luidklokken gehad die echter door rampen zoals de stadsbrand in 1492 en de inval van de Geldersen in 1510 verloren zijn gegaan. In tegenstelling tot andere steden heeft Oldenzaal al zijn klokken in de Tweede Wereldoorlog kunnen behouden. Zolang er klokken zijn spelen ze een rol in de geschiedenis van de stad!


Techniek

Klokken worden gegoten. Daarom moet voor iedere klok een unieke vorm worden gemaakt die na het gieten ook kapotgeslagen wordt en nooit meer bruikbaar is. Voor de klank van de klok is het vormproces belangrijk. Dat betreft niet alleen het materiaal waarvan de vorm wordt gemaakt, maar ook de manier waarop de vorm verder wordt geprepareerd.


Dan is er nog het klokkenbrons. Over het algemeen zo’n 80% koper en 20% tin. Soms met een klein beetje andere materialen er doorheen. Van invloed op het eindresultaat zijn ook de brandstof van de oven en de giettemperatuur. En natuurlijk ook hoe snel een klok wordt gegoten en hoeveel tijd er is om rustig af te koelen. Daar heeft de vorm weer invloed op. Iedere klokkengieter heeft zo zijn eigen geheime methoden en trucs.


Voor de Middeleeuwen was niet bekend hoe klokken nog gestemd zouden kunnen worden. Luidklokken werden dan ook altijd ‘op toon’ gegoten. Of dat wel of niet goed lukte hing af van het vakmanschap van de klokkengieter. Voor een beiaard als muziekinstrument is het belangrijk dat iedere klok afzonderlijk goed klinkt, maar ook dat de klokken in een reeks samen goed klinken. Sinds ongeveer 1650 zijn klokkengieters in staat de grondtoon en de belangrijkste boventonen van een klok na het gieten nog bij te stemmen. Vakmanschap die op een gegeven moment weer verloren is gegaan en pas rond 1910 werd ‘herontdekt’.


Luidklokken krijgen nog een klepel en komen in een luidstoel aan een rechte as of een krukas te hangen. Speelt een klok ook mee in een beiaard, dan wordt er een verbinding aangebracht tussen het stokkenklavier en de klepel van de klok, zodat de beiaardier de klok naar believen zacht of hard kan laten klinken. Het inrichten van een beiaard is geen standaard bezigheid, omdat immers iedere toren weer anders is.


Het overgrote deel van de Oldenzaalse klokken zijn nog volgens oude tradities gegoten. Alleen de oude Maria-klok heeft een kroon. Sinds 2012 luidt deze klok ook weer aan een rechte balk, hetgeen beter is voor de klok en de klank ten goede komt. Het maken van een gietvorm en het uiteindelijke gieten van een klok is interessant, leerzaam en aansprekend proces.




Waarom een nieuwe klok


Vandaag de dag kunnen 5 van de 48 klokken in de toren van de St. Plechelmusbasiliek luiden. Het zijn de klokken met de namen Maria, Beatrix, Irene, Everdina en Henriette (de tonen C, D, E, G en A). Het volledige vijfgelui is met name met Pasen en Kerst te horen. Een prachtig en machtig geluid!


De toren van de St. Plechelmusbasiliek beschikt dus over een fraai klinkende beiaard en een vijfgelui. Maar een bes-klok ontbreekt! Zomaar drie redenen om daar wat aan te doen:


Een bes-klok maakt de concertbeiaard compleet

Het ontbreken van een lage bes-klok is een beperking van de muzikale mogelijkheden van een beiaard. Muziek van na de 18de eeuw kan dan namelijk niet goed gespeeld worden, omdat in deze ‘modernere’ muziek binnen één compositie de gebruikte toonsoort regelmatig wijzigt. Tegenwoordig is de omvang van concertbeiaarden tenminste 49 klokken, terwijl Oldenzaal maar 48 klokken heeft. Met een bes-klok wordt het dus, ook voor de binnen- en buitenWlandse gastbeiaardiers, mogelijk een groter deel van het beiaardrepertoire op de juiste manier ten gehore te brengen. De uitbreiding met een bes-klok betekent een regelrechte opwaardering van het instrument.


Een zesgelui als eerbetoon aan een voorname stad

In de Middeleeuwen gold de regel “hoe meer (luid)klokken, hoe voornamer de stad”. Tijden zijn natuurlijk veranderd, maar eenieder zal volmondig beamen dat een oude toren zoals die van de St. Plechelmusbasiliek een zesgelui waardig is! Geen enkele toren in Twente heeft zo’n indrukwekkend en feestelijk gelui.


Een klok met de naam van de patroonheilige van de basiliek

Wat ook ontbreekt is een klok die de naam ‘Plechelmus’ draagt. En dat terwijl eeuwenlang een klok met deze naam in de toren heeft gehangen. Het randschrift van een in 1513 ook door de eerdergenoemde Geert van Wou gegoten klok vermeldde namelijk “De geldersman heeft mij dol van woede verbrijzeld. De kundige Gerard Wou heeft samen met Johan Schoneborch U, Plechelmus, uw naam en luister hergeven.” Deze (tweede) klok heeft honderden jaren zijn stem laten horen, maar is helaas in 1896 omgesmolten tot een derde klok met de naam ‘Plechelmus’. Vanwege de slechte kwaliteit is deze klok in 1930 roemloos in de smeltkroes verdwenen. Zou het niet prachtig zijn om eindelijk aan de toren een klok, die de naam van de patroonheilige van de basiliek draagt, terug te kunnen geven?




Klokken in de St. Plechelmustoren


De ontwikkeling van de beiaard

Het enige muziekinstrument dat in Nederland ontstaan is, is de beiaard, ook wel carillon of klokkenspel genoemd. Wereldwijd zijn er op dit ogenblik ruim 675 handbespeelbare beiaarden, waarvan ongeveer 180 in Nederland.


De oudste klokken dateren uit de 12de eeuw. Men kon deze klokken vooral als luidklokken in kerktorens aantreffen. In de Middeleeuwen kreeg de klok, hangend in de toren van het stadhuis, ook een wereldlijke functie als brandklok, papklok, banklok of poortklok. Om de mensen te attenderen op de komende uurslag klonk aanvankelijk telkens een korte melodie op enkele kleinere klokken. De bekende melodie van vier tonen die de Big Ben in Londen nog ieder uur laat horen is daar een mooi voorbeeld van.


Toen klokkengieters er in de 17de eeuw eindelijk in slaagden om klokken te stemmen konden grotere reeksen zuiver klinkende klokken worden gegoten. Een zogenaamd stokkenklavier maakte het mogelijk er echt muziek op te spelen. Aldus ontstond de beiaard als muziekinstrument. De meest beroemde gieters van beiaardklokken waren François en Pieter Hemony uit Lotharingen. Zij vestigden zich rond 1640 in Zutphen en verhuisden later naar Amsterdam. Daar goten zij beiaarden voor rijke steden als Deventer, Kampen, Antwerpen, Utrecht, en Amsterdam. Het bezit van een volwaardig klokkenspel gold in die Gouden Eeuw als een symbool van groei en welvaart. Van de fraai klinkende Hemony-beiaarden is een aantal vandaag de dag nog steeds te horen, hoewel veel klokken moesten worden herstemd omdat ze door corrosie ten gevolge van luchtvervuiling ontstemd waren geraakt. Een 17de-eeuwse beiaard telde meestal zo’n 35 klokken.


In de 19de eeuw raakte de beiaardkunst mede door economische oorzaken in verval. Dankzij technische vernieuwingen en de persoonlijke inzet van de Mechelse stadsbeiaardier Jef Denyn bloeide de beiaardkunst aan het begin van de 20ste eeuw weer op en ook de standaardomvang van een beiaard groeide.


Aanvankelijk bleef in de 20ste eeuw de omvang van nieuw gegoten beiaarden voornamelijk om financiële redenen beperkt tot 47 klokken: de reeks c1 – d1 – e1 – chromatisch – c5 (vier octaven zonder lage cis1 en es1). De laatste 20 jaar zijn in Nederland de meeste beiaarden echter met een es-klok en meestal ook nog met een nog grotere en lager klinkende bes-klok uitgebreid tot 49 klokken: bes0 – c1 – d1 – es1 – e1 – chromatisch – c5. Deze grotere omvang werkte het ontstaan van vele nieuwe composities voor beiaard in de hand.


Het ontbreken van een lage es-klok en/of bes-klok wordt tegenwoordig algemeen gevoeld als een gemis en een beperking van de muzikale mogelijkheden van een beiaard. Muziek van na de 18de eeuw kan dan namelijk niet goed gespeeld worden, omdat in deze ‘modernere’ muziek binnen één compositie de gebruikte toonsoort regelmatig wijzigt. Daar waar in een compositie een lage es of bes staat voorgeschreven, moet de beiaardier noodgedwongen een kunstgreep toepassen, hetgeen natuurlijk nadelige gevolgen heeft voor de uitdrukkingskracht van de muziek: bas-klokken vormen immers het fundament van een compositie.


Merk op dat de genoemde reeks van 49 klokken geen cis1-klok bevat. Maar heel weinig beiaarden hebben deze klok. Men kiest liever een bes0-klok, omdat die in composities veel vaker wordt gebruikt. Slechts een handjevol Nederlandse beiaarden beschikken over zo’n cis1-klok.


Maria-klok

De bouw van de toren van de St. Plechelmusbasiliek startte omstreeks 1250. Naar alle waarschijnlijkheid hebben in de Plechelmustoren al heel vroeg klokken gehangen. Daar veel oude documenten tijdens vijandelijkheden voorgoed verloren zijn gegaan is hierover weinig terug te vinden.


Wel is bekend dat op Lebuïnusdag (25 juni) in de droge zomer van 1492 boven Oldenaal een hevig noodweer losbarstte. De bliksem sloeg in en deed brand ontstaan waarbij de zware noordwester storm de vlammen nog aanwakkerde. De brand begon in het huis van de familie Helmich. Ook de toren vatte vlam. Gezien de brandsporen moet de toren bijna geheel zijn uitgebrand. De eventueel in de toren gehangen klokken zullen deze ramp niet hebben overleefd.


In ieder geval liet Oldenzaal in 1493 een nieuwe klok gieten die de naam 'Maria' kreeg. De beroemde klokkengieter Geert van Wou uit Kampen kreeg hiervoor de opdracht. Met een diameter van 150 cm en een gewicht van ongeveer 2.400 kg betrof het zeker geen kleine klok. Het is een mooie klok geworden met kroon. Ribben en randen van het randschrift op de klok worden gevormd door gestileerde bladeren. Bovendien zijn de zes oren van de kroon versierd met fraai gemodelleerde Christus-hoofden. Het Latijnse randschrift in Gotische letters luidt:


"M locet et C quater nonaginta liget simul I ter Lector et egregie struit in honore Marie Me wou gerardi ingeniosa manus Milia conflata sunt ter fere quinque talenta. In S et Maria."


De vertaling van deze tekst is ongeveer als volgt: "De lezer stelle M en viermaal C, verbinde daarmede negentig benevens driemaal I en voortreffelijk vervaardigt ter ere van Maria mij Gerard van Wou's kundige hand. Samengesmolten zijn ongeveer drie maal vijf duizend pond tot S en Maria".


Het randschrift zegt dus dat er 15.000 pond zijn vergoten tot 'S. en Maria'. Verondersteld wordt dat Van Wou behalve de Maria-klok nog een grotere, veel zwaardere klok heeft gegoten die mogelijk de naam 'Salvator' kreeg.


De Maria-klok van Van Wou vormt nog steeds de basis van het vijfgelui dat de Plechelmus op dit moment rijk is. Ieder heel uur is de klok in Oldenzaal te horen wanneer door een aantal hamerslagen op de klok de tijd wordt aangegeven. Verder klinkt deze klok uiteraard bij aanvang van de kerkdiensten. Bovendien wordt de klok iedere dag even na 12.00 uur enkele minuten geluid.


Plechelmus-klok

Eeuwenlang hing in de St. Plechelmustoren ook een klok met de naam 'Plechelmus'. Er zijn zeker drie klokken geweest die deze naam hebben gedragen. Daarover is het volgende bekend.


Rond 1500 was het in Twente bepaald niet rustig ten gevolge van de machtsstrijd tussen Karel van Egmond (hertog van Gelre) en Frederik van Baden (bisschop van Utrecht). In 1510 nam Van Egmond een troep van zo'n 2000 huursoldaten in dienst die vervolgens plunderend door Overijssel trokken. Op 13 februari werd Oldenzaal ingenomen. Als reactie daarop stuurde de bisschop van Utrecht troepen die op 10 september de Geldersen de aftocht deed blazen.


Kennelijk is bij deze vijandelijkheden een klok met de naam 'Plechelmus' verloren gegaan, omdat dezelfde Geert van Wou nu samen met zijn schoonzoon Johannes Schoneborch in 1513 nogmaals een klok voor Oldenzaal giet die de naam 'Plechelmus' krijgt. Een en ander valt op te maken uit de randtekst die deze klok volgens historische bronnen droeg:


"Fregit insanus rabie Sicamber; Reddidit sanus decus atque nomen Integrum, Plechelmi, tibi Gerardus Wou Schoneborch et socius Joannes; Tertio post mille decemque, junctis Quinques centum, fuit hoc sub anno 1513".


De vertaling van de Latijnse tekst luidt ongeveer: "De Geldersman heeft mij dol van woede verbrijzeld. De kundige Gerard Wou heeft samen met Johan Schoneborch U, Plechelmus, uw naam en luister hergeven. Dit was in het derde jaar na duizend en vijfmaal honderd met toevoeging van tien." Het woord 'Sicamber' staat voor Gelderlander waarmee in dit geval met name de hertog van Gelre wordt bedoeld. Op de rand stonden nog de woorden: "Laus Deo" (God lof).


Deze klok heeft honderden jaren zijn stem laten horen. Totdat op 31 januari 1896 burgemeester Vos de Wael in een raadsvergadering meedeelde dat klokkengieter Alex Fritsen uit Aarle-Rixtel een onderzoek had ingesteld naar de klokken van de gemeente. Waartoe een onderzoek nodig was is niet helemaal duidelijk. In ieder geval wordt besloten de Plechelmus-klok van Van Wou en Schoneborch en een andere klok te hergieten. Zo kan het gebeuren dat opnieuw een klok met de naam 'Plechelmus' wordt gegoten. De randtekst geeft uitleg:


"Plechelmus door de verwoede Gelderman verbrijzeld, daarna door Gerrit Wou en zijn maat Jan Schonenborch in het jaar 1513 herschapen alsmede Sinte Anna - nadat zij meer dan drie eeuwen lang het volk ter H. Geheimen hadden opgeroepen - zijn in 1896 door Alex Fritsen samengegoten en baarden een derde Plechelmus."


Op de klok stond een kruis met Christusbeeld en de Heilige Plechelmus in vol ornaat afgebeeld. Deze derde klok met de naam 'Plechelmus' schijnt echter van een dermate slechte kwaliteit te zijn geweest, dat hij het veld moest ruimen en werd omgesmolten toen in 1930 de beiaard kwam.


Gillett & Johnston beiaard

In 1930 krijgt de St. Plechelmustoren een beiaard, een geschenk aan de gemeente van de familie Gelderman-Bartelink ter gelegenheid van hun 12½-jarig huwelijk. Het gaat om 42 klokken gegoten door de Engelse gieters Gillett & Johnston. In 1949 en 1956 wordt dit aantal met vijf nieuwe klokken aangevuld tot 48 klokken, waarbij tevens de Maria-klok van Geert van Wou enigszins lager wordt gestemd, zodat de toonhoogte goed aansluit bij de andere klokken.


Aanvankelijk beschikten Almelo en Enschede ook over een beiaard met klokken van Gillett & Johnston. Helaas werden in de Tweede Wereldoorlog van beide instrumenten de klokken gevorderd en versmolten.


Klokken gegoten door Gillett & Johnston hebben nog altijd een goede naam. Met een beiaard van deze gieter bevindt Oldenzaal zich in goed gezelschap.


Enkele grote steden die in de eerste helft van de 20ste eeuw een Gillett & Johnston-beiaard kregen zijn:


Land                          Stad                                                                                Klokken

Nederland                 Den Bosch – St. Jansbasiliek                                      50

België                        Leuven – Bibliotheek Universiteit                             63

Nieuw Zeeland         Wellington – National War Memorial                     74

Israël                          Jerusalem – YMCA building                                        35

Canada                      Ottawa – Houses of Parliament                                53

                                    Toronto – Metropolitan United Church                  54

USA                            Chicago – University                                                   72

                                    Rochester – Mayo Clinic                                             56

                                    Princeton – University                                                 67


In de loop der jaren zijn de meeste beiaarden flink uitgebreid. Alleen die in Jerusalem niet. Deze beiaard wordt maar sporadisch bespeeld, omdat er geen vaste beiaardier is. De beiaard in Leuven is door Amerikanen geschonken. Amerikaanse beiaarden zijn vaak zwaarder en hebben een omvang van vijf in plaats van vier octaven. Bovendien hebben ze heel vaak niet alleen een bes-klok maar ook nog de lagere a-klok en g-klok. In Amerika worden dergelijke instrumenten een ‘Grand Carillon’ genoemd.




Eisen aan de Plechelmus-klok


Een klok is niet een artikel dat in een warenhuis kan worden gekocht. Iedere klok is uniek, alleen al omdat de vorm waarmee de klok wordt gemaakt bij het productieproces verloren gaat. Iedere klok heeft ook zijn eigen toon en timbre. Dat maakt het lastig om een nieuwe klok in te passen in een bestaande reeks klokken.


Stemming

Een beiaard of carillon bestaat uit een reeks gestemde klokken. Iedere toon (van een willekeurig muziekinstrument) bestaat uit een grondtoon en boventonen. Dat geldt ook voor klokken. En net als een toon van ieder ander muziekinstrument heeft ook de toon van een klok oneindig veel boventonen. Boventonen worden ook wel partialen genoemd. Over het algemeen worden bij klokken de zes belangrijkste partialen gestemd. Dit zijn meteen de boventonen die het sterkst klinken en die dus het meest bepalend zijn voor de klank. Door de frequentie van de boventonen van een bestaande klok te meten kan worden vastgesteld wat – binnen zekere grenzen – de frequenties van de belangrijkste boventonen van een nieuwe klok zouden moeten zijn.


Timbre

Het timbre van een klok is lastig te meten. Het is meer een kwestie voor het gehoor. Wel is het verloop van de sterkte van boventonen in de tijd – en dat is wel meetbaar – medebepalend voor het timbre. Grote verschillen tussen de uitklinktijd van een nieuwe klok en de uitklinktijd van bestaande klokken is dus objectief aantoonbaar. Van tevoren moet daarom worden afgesproken wat de criteria zijn om een klok goed of af te keuren. Het zal duidelijk zijn dat de karakteristieken van de nieuwe klok – binnen zekere grenzen – overeen moeten komen met die van de Maria-klok van Geert van Wou.


Profiel

Klokken worden gevormd door gebruik te maken van sjablonen. De vorm van een klok heeft ook een grote invloed op het timbre van de klok. Klokkengieters meten in de praktijk vaak het profiel van bestaande klokken op wanneer een reeks moet worden uitgebreid. Door zo’n profiel te extrapoleren zorgt men ervoor dat de ligging van de boventonen nagenoeg gelijk zal zijn aan die van de bestaande klokken, hetgeen de kans groter maakt dat het timbre van de nieuwe klok naar wens zal zijn. Het profiel van de Plechelmus-klok wordt bepaald door het profiel van de Maria-klok op te meten.


Adviseur Gideon Bodden zal het profiel van de Mariaklok opmeten en deze meting gebruiken om door middel van boogconstructies een nieuw profiel te tekenen. De bedoeling van deze procedure is de basis van het ontwerpproces zoals Van Wou dit in 1493 uitvoerde naar beste weten opnieuw uit te voeren. Aldus ontstaat geen kopie van de bestaande klok maar een nieuwe klok die bij benadering op dezelfde manier ontworpen is als Van Wou dit deed. Dit betekent dat het profiel op sommige plaatsen bewust iets dikker zal worden gemaakt, zodat later bij het stemmen op die plaatsen materiaal kan worden weggehaald. De nieuwe klok moet in alle denkbare opzichten overeenkomen met Maria-klok.


Vorm- en gietproces

Uiteindelijk blijven vorm- en giettechniek een zaak van de klokkengieter. Iedere gieter gebruikt bij het vormen van de vorm bijvoorbeeld weer andere materialen en hulpstoffen. De vorm waarin het gloeiendhete klokkenbrons zal worden gegoten kan in de grond worden ingegraven of in een stalen omhulsel worden opgesloten. Ook het gieten zelf doet iedere gieter weer anders. Wat is de temperatuur van het brons? Welk type oven wordt gebruikt? Met welke brandstof wordt de oven gestookt? Hoe snel wordt het brons vergoten? Wat is de exacte samenstelling van het materiaal? Hoe snel koelt de pas gegoten klok af? Ten aanzien van dit proces kunnen dus alleen suggesties worden gedaan. De voorkeur gaat bijvoorbeeld uit naar een oven waarbij er tijdens de smeltprocedure geen overmaat aan zuurstof door het metaal wordt opgenomen.


Klokkenbrons

Hoewel klokkenbrons in theorie voor 80% uit koper en voor 20% uit tin bestaat, bevat het ruwe materiaal vaak ook nog kleine percentages van andere elementen. Het is zeker dat dit invloed heeft op de klank. De exacte samenstelling van het klokkenbrons is in ieder geval niet voor te schrijven. Dit moet worden overgelaten aan het vakmanschap van de klokkengieter. Mogelijk dat een gieter die een bestaande reeks moet uitbreiden zelf besluit om een monster te nemen van de bestaande klokken. Het is aan te bevelen dat een klokkengieter de verschillende elementen los inkoopt en zo zelf het brons samenstelt. Alleen op die manier is er zekerheid omtrent de elementen die het klokkenbrons bevat.



Kroon

De Middeleeuwse Maria-klok heeft een prachtige kroon met versierde armen. Voor de Plechelmus-klok moet een nieuwe kroon ontworpen worden met dezelfde geometrische proporties als die van de Mariaklok. Gideon Bodden zal de oude kroon opmeten en een basisontwerp voor de nieuwe kroon maken. Dit kale ontwerp bevat nog niet de versieringen.


Beeltenis op flank

Veel belangrijke klokken hebben een beeltenis van een heilige of een wapen van een stad op de flank. Het maakt de klok wel duurder omdat een kunstenaar gevraagd moet worden een ontwerp te maken. De vorige Plechelmus-klok schijnt een beeltenis van Plechelmus te hebben gehad. Het is niet bekend of daarvan een foto of tekening bewaard is gebleven. Een afbeelding op de flank van een klok mag niet te dik zijn, want dan heeft het invloed op de klank.


Randtekst

Alle grote klokken krijgen een (meestal Latijnse) randtekst die iets over de aanleiding van het gieten van de klok vertelt, iets over de gieter, en eventueel iets over degene die de klok laat gieten. Het randschrift van de laatste Plechelmus-klok luidde: "Plechelmus door de verwoede Gelderman verbrijzeld, daarna door Gerrit Wou en zijn maat Jan Schonenborch in het jaar 1513 herschapen alsmede Sinte Anna - nadat zij meer dan drie eeuwen lang het volk ter H. Geheimen hadden opgeroepen - zijn in 1896 door Alex Fritsen samengegoten en baarden een derde Plechelmus." Er is besloten een Nederlandse tekst te kiezen die uit de volgende twee regels bestaat:


Samen Werken, Samen Doen – Oldenzaal 2020 – De Glimlach van Twente – Boeskoolstad ie doot mie wat – Stichting Scholtenhaer - Het jaar van vrijheid, eensgezindheid en samen sterk zijn –

Plechelmus is mijn naam. Ik ben gegoten in 1513 door Gerard Wou en Johan Schoneborch en heb bestaan tot 1896. In 2020 heeft Abel Portilla mij in Vierna (Cantabrië) opnieuw gegoten. Ik wens dat mijn stem vele generaties met elkaar zal verbinden.


Stemmen

Hoewel Geert van Wou nooit klokken stemde, gaat dat nu wel gebeuren. De reden is dat de nieuwe klok een tweeledige functie krijgt (beiaard- en luidklok) terwijl de Maria-klok alleen als luidklok bedoeld was. Toen de Mariaklok in 1949 ook een functie in de beiaard kreeg, is deze klok alsnog gestemd. Daarom kan het niet anders dan ook de nieuwe Plechelmus-klok te stemmen. Dit om niet het risico te lopen dat de toon direct na het gieten niet helemaal op orde is. Dat betekent dat de wand van de klok iets te dik wordt gemaakt (er wordt een stemreserve aan het opgemeten profiel toegevoegd), zodat ten behoeve van het stemmen materiaal aan de binnenkant kan worden weggenomen. Adviseur Gideon Bodden zal de klok stemmen. Dit kan bijvoorbeeld bij een machinefabriek in De Steeg (bij Arnhem).


Wanneer is een gieting geslaagd

Er kunnen een aantal objectieve criteria op papier worden gezet waaraan absoluut moet worden voldaan voordat de klok wordt geaccepteerd. Tot dat moment zijn alle werkzaamheden de verantwoordelijkheid van de klokkengieter. Meetbare criteria zijn te formuleren op basis van de frequenties van de boventonen, zwevingen van de partialen, het oppervlak van de klok, de kwaliteit van randteksten en versieringen etc. Een subjectief criterium is het timbre dat beluisterd kan worden.



Overwegingen bij keuze klokkengieter


Vormmateriaal

Geert van Wou gebruikte leem voor het vormen van de mal en de valse klok. Dat is absoluut een eerste voorwaarde om te trachten het timbre van de Maria-klok zo goed mogelijk te benaderen.


Smeltoven

Veel moderne klokkengieters gebruiken een met olie gestookte kroesoven. Daarin komen de vlammen echter direct met het smeltende brons in contact waardoor er zuurstof in het brons terechtkomt. Dat is ongewenst. Brons wil graag oxideren. Zuurstof moet eruit om gasinsluitsels te voorkomen en ook om te zorgen dat er geen verbrand materiaal in het brons achterblijft. Men probeert vaak door toevoeging van fosfor aan het gesmolten klokkenbrons de zuurstof er weer uit te krijgen. Het grote nadeel van het gebruik van fosfor is echter dat het de kristalstructuur aantast. Bij een schachtoven wordt houtskool gebruikt en het is mogelijk dat bij deze specifieke manier van smelten de blootstelling van het metaal aan zuurstof zeer gering was.


Proefklok

Het idee is om de gekozen klokkengieter te vragen eerst een proefklok van ongeveer 100 kg te laten gieten (precieze gewicht in overleg afspreken). Het doel daarvan is om in de gieterij vast te kunnen stellen dat de klankkleur van de nieuwe klok voldoende aansluit bij die van de Maria-klok en dat de boventonenreeks en de uitklinktijd daarvan conform de verwachting is. Deze klok hoeft in principe niet gestemd te worden, al zou dat eventueel wel kunnen bij André Bossenbroek in Toldijk (waar adviseur Gideon Bodden gewoonlijk klokken stemt). Aan het gieten van de proefklok worden van tevoren geen randvoorwaarden gesteld. Het gieten van een proefklok heeft ook als doel om de mate van krimp ten opzichte van de vorm vast te stellen. Het zou aanleiding kunnen zijn om het profiel nog iets aan te passen. De proefklok wordt ook betaald als het besluit valt niet verder in zee te gaan met de betreffende klokkengieter.


Kandidaat klokkengieter

Het is belangrijk dat de techniek die een klokkengieter gebruikt zoveel mogelijk overeenkomt met de werkwijze van Geert van Wou. Dan is de kans het grootst dat de klankkleur die van de Maria-klok zal benaderen. Van Wou is echt iets bijzonders!


Het voorstel is om Abel Portilla in Gajano, nabij Santandèr (Spanje) te benaderen als klokkengieter.

  • Deze klokkengieter spreekt zelf alleen Spaans. Een gezel die momenteel het vak leert spreekt wel Engels. Portilla zelf heeft een enthousiastmerende uitstraling.
  • Er wordt nog gewerkt op de manier zoals de grootvader dat ook deed. Duidelijk bewezen vakmanschap. Het doel van Portilla is dan ook om het ambacht levend te houden.
  • Op een filmpje is te zien dat na het verwijderen van de buitenmantel de klok er meteen prima uitziet. Nauwelijks een borstel nodig. De giethuid is zeer gaaf.
  • Eerder heeft deze klokkengieter al eens een klok van 3,5 ton gegoten.
  • Gideon Bodden heeft nog geen zeer grote klokken in het echt gehoord. Het is een bedrijf dat al heel lang bestaat.
  • Groot voordeel is dat deze klokkengieter in speciale gevallen een houtgestookte reflectieoven gebruikt waarbij het brons niet in contact komt met zuurstof.
  • Desgevraagd zag de klokkengieter in eerste instantie op tegen het maken van een klok van een dergelijk groot gewicht met daaraan gekoppeld zeer specifieke eisen t.a.v. stemming en profiel. Maar na enig nadenken en vooral na begrepen te hebben dat het maken van het profiel niet zijn verantwoordelijkheid zou zijn, lijkt de uitdaging hem toch bezig te houden.


Samenstelling van het gelui


Het idee is om het bestaande vijf-gelui c – d – e – g – a te wijzigen zodat de reeks bes – c – d – f – g – a ontstaat. Daartoe zou de verwisseling uit 1949 van f naar e weer ongedaan worden gemaakt. De f-klok was namelijk tot 1949 ook al luidklok. Dit is te zien aan de slijtage aan de binnenzijde van de klok en aan het feit dat deze klok een luidklepel heeft in plaats van een gewone klepel. De klok met slagtoon e (Eijsbouts) verdwijnt dus uit de reeks (deze klok is ook het minst zuiver). Het betekent ook dat straks de halve uren weer op de f-klok worden geslagen. Dat past in de traditie dat het verschil tussen de uur-slag en de half-uur-slag een kwart is.


Verplaatsingen

Voor de realisatie van het nieuwe gelui moeten dus twee klokken binnen de klokkenkamer worden omgewisseld.


Dagelijks luiden

Momenteel luidt dagelijks om 12.00 uur de Maria-klok (in het weekend) of de Beatrix-klok (doordeweeks). Iedere dag luidt de Beatrix-klok ook om 18.00 uur. De nieuwe Plechelmus-klok zou dagelijks om 18.00 uur kunnen luiden in plaats van de Beatrix-klok.



Vergunningen

De gemeente moet toestemming verlenen voor het plaatsen van de klok en het openen van het galmgat. Er is een omgevingsvergunning nodig voor (1) activiteit “Bouwen” en (2) activiteit “Handelingen met gevolgen voor beschermde monumenten”.


Tijdens de uitvoering moet de aannemer rekening houden met een “melding tijdelijke verkeersmaatregel en melding plaatsen object op openbare weg” in verband met het plaatsen van een kraan op de openbare weg (het Plechelmusplein is een doorgaande weg). Deze melding moet 14 dagen voorafgaand aan de uitvoering gedaan worden.


De procedure om een vergunning voor activiteit (2) te krijgen is uitgebreid omdat de toren een rijksmonument is en kent een doorlooptijd van 26 weken voor de procedure en 6 weken voor de bezwaartermijn voordat de vergunning onherroepelijk is. Documenten ter ondersteuning van de aanvraag moeten via een door de gemeente aangewezen portaal worden aangeboden.


Film

Het is aardig om gedurende het project bepaalde momenten op film vast te leggen. Die film kan dan later in de toren worden getoond tijdens de torenbeklimmingen en mogelijk ook verwerkt worden in een educatief pakket voor scholen in Oldenzaal.


Monumentenzorg

De Monumentenwacht en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed hebben zich over een werkplan gebogen waarin beknopt alle handelingen worden beschreven die uitgevoerd moeten worden in verband met de plaatsing van de nieuwe Plechelmus-klok. De onderwerpen in dit plan zijn:


(1) Openen galmgat

(2) Inhijsen materiaal

(3) Verplaatsen Maria-klok

(4) Opbouw luidstoel

(5) Omwisselen twee klokken

(6) Inhijsen Plechelmus-klok

(7) Plaatsen Plechelmus-klok

(8) Sluiten galmgat


Schenking

Uiteindelijk is het de bedoeling dat de Stichting Scholtenhaer de klok aan de gemeente schenkt, zodat de gemeente ook de eigenaar wordt van deze 49ste klok in de toren.


Werk in de toren


Bouwkundig onderzoek

Voordat de nieuwe klok gegoten wordt moet met zekerheid worden vastgesteld dat het extra gewicht en het luiden van de nieuwe klok geen nadelige gevolgen heeft voor de klokkenstoel in de toren. Ondertussen zijn er enkele berekeningen uitgevoerd en zijn er schoren aangebracht in de klokkenstoel die moeten voorkomen dat bij het luiden van alle klokken de uitslag van de klokkenstoel te groot wordt. Het gaat vooral om de horizontale krachten die optreden. De verticale krachten kunnen prima door de huidige constructie worden opgevangen. Er is door consultancy bureau Bartels & Vedder een rapport gemaakt waarin gekeken is of de betonnen klokkenstoel de extra belasting kan opnemen.


Galmgat

De galmborden en middenstijl moeten uit het galmgat worden verwijderd om de klok naar binnen te kunnen brengen. Daarbij is het van belang dat het vierpas in het spitsboogvenster goed wordt ondersteund. Dit is werk voor een bouwbedrijf (aannemer). Het liefst een bedrijf dat ervaring heeft met zoiets. Het galmgat is 234 cm breed en 218 cm hoog (vanwege betonbalk).


De klok moet door het geopende galmgat naar binnen worden gehesen. Daarvoor is een hijskraan nodig. Er moet een hijsplan worden gemaakt dat ook goedgekeurd dient te worden.


Luidstoel

De klok moet worden opgehangen in een luidstoel. Deze kan eenvoudig bestaan uit stalen balken met een H- of U-profiel. De luidstoel moet een rode kleur krijgen. Door Simon Laudy is ondertussen een ontwerp gemaakt. Dit is nagerekend door Chiel Bartels.


Luidbalk

De klok komt aan een luidbalk van eikenhout te hangen (model rechte as). De balk draait in lagers. Het hout blijft ongeschilderd.


Luidwiel

Aan de luidbalk wordt een wiel vastgemaakt. Over het wiel loopt een ketting die door de luidmotor wordt aangedreven. Zo kan de klok in beweging worden gebracht voor het luiden.


Luidmotor

Om de klok te luiden is een luidmotor nodig plus de bedrading om vanuit de torenhal de luidmotor te kunnen starten en stoppen.


Luidklepel en hamers

De klok moet een luidklepel krijgen en twee hamers. Een hamer wordt aangesloten op het stokkenklavier, zodat de beiaardier de klok kan laten klinken. De tweede hamer wordt aangesloten op de speeltrommel. Het is aardig om op te merken dat de luidklokken van Geert van Wou die in de Domtoren in Utrecht hangen nog een klepel hebben die in een leren strop hangt. De manier van ophangen van de klepel moet in mechanisch opzicht in overeenstemming zijn met de methode die in 1493 gangbaar was. VRAAG: Welke eisen worden aan de klepel gesteld? Wie bepaalt dat? Welke ophanging kiezen we?


Pedaaltoets

Het stokkenklavier in de speelcabine moet een extra toets krijgen. Via enkele tuimelaars kan de draadverbinding met de hamer tot stand worden gebracht.


Elektronica voor luiden

De bestaande elektronica moet worden uitgebreid zodat de kosters van de kerk de klok kunnen laten luiden en de klok ook op geprogrammeerde tijden kan luiden.


Adviseur is campanoloog en beiaardier Gideon Bodden

Gideon Bodden (geb. 1971) is stadsbeiaardier van Amsterdam (Munttoren, Oudekerkstoren en Zuidertoren) en van Schoonhoven en is beiaardier van Hilvarenbeek. Hij geeft concerten, houdt lezingen, geeft masterclasses, leidt cursussen in campanologie en jureert.

Als campanoloog ontwerpt Gideon Bodden klokprofielen met klassieke geometrische proporties en stemt hij beiaardklokken voor verschillende klokkengieterijen in Europa. Door hem ontworpen en gestemde klokken klinken tegenwoordig in onder meer Temse, Hilvarenbeek, Moordrecht, Freising, Lausanne, Sint-Petersburg, De Rijp, en ook op de Chinese universiteit van Hong Kong en in Australië. Gideon Bodden was van 2009 tot 2012 voorzitter van de Nederlandse Klokkenspel-Vereniging.